Rb. Rotterdam 22 september 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BI3779

Promis. Aan de verdachte wordt terzake een winkeldiefstal de ISD-maatregel opgelegd. In tegenstelling tot hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd, heeft de rechtbank de periode van voorarrest (bijna 9 maanden) op de maatregel in mindering gebracht. De door de wetgever gegeven mogelijkheid bij het opleggen van de ISD-maatregel geen rekening te houden met de duur van het voorarrest is enerzijds ingegeven door de wens de maatregel op een zo zinvol en effectief mogelijke wijze uit te voeren en noopt anderzijds tot een meer dan gebruikelijke voortvarendheid teneinde de duur van het voorarrest te beperken. Uit het voorgaande volgt evenwel dat het bij het opleggen van de ISD-maatregel aan de verdachte de bestrijding van overlast voorop blijft staan. Dat doel is al geëffectueerd gedurende de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Executie ISD-maatregel bij deze verdachte is beeindigd per 1 juli 2009 bij raadkamerbeschikking van 21 april 2009, LJN BI2262.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen