Rb. Rotterdam 23 september 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BF2768

Naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988 heeft verweerder een vergunning afgegeven voor de wijziging van het rijksmonument Hotel Bellevue in Dordrecht. Op grond van artikel 14a, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 is op een dergelijk besluit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure al bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Ingevolge deze procedure kunnen tegen een ontwerpbesluit zienswijzen worden ingebracht en staat tegen het vervolgens te nemen besluit rechtstreeks beroep open. Op grond van artikel 16, zesde lid, van de Monumentenwet 1988 wordt de werking van de vergunning opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken, of, indien beroep is ingesteld op het beroep is beslist. Verder id in dit artikellid bepaald dat de vergunninghouder de voorzieningenrechter van de rechtbank kan verzoeken de opschorting op te heffen, waarbij titel 8.3 van de Awb betreffende de voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak van overeenkomstige toepassing is verklaard. Er zijn door een aantal eisers rechtstreekse beroepen ingesteld. Vervolgens heeft de vergunninghouder de voorzieningenrechter verzocht de opschortende werking op te heffen. De voorzieningenrechter heeft gebruik gemaakt van zijn kortsluitingsbevoegdheid op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb. De voorzieningenrechter heeft de beroepen op grond van artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk verklaard, omdat eisers geen zienswijzen hadden ingediend tegen het ontwerpbesluit en niet is gebleken dat hen daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. Door de beslissing op de beroepen is de opschortende werking als bedoeld in artikel 16, zesde lid van de Monumentenwet 1988 komen te vervallen en is er geen aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Verder wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster en wordt bepaald dat verweerder het griffierecht aan verzoekster moet vergoeden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen