Rb. Rotterdam 3 september 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BF1942
De AFM heeft op verzoek van DNB de vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de Wet op het financieel toezicht van de betrokken beleggingsonderneming ingetrokken omdat zij niet binnen de gestelde termijnen voldeed aan de prudentiële eisen inzake eigen vermogen en solvabiliteit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de AFM in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de haar toekomende bevoegdheid en dat zij in beginsel niet gehouden is in de heroverweging rekening te houden met nieuwe feiten en omstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl