Rb. Rotterdam 17 juli 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BE9237

Dit vonnis, een incidenteel vonnis in een kort gedingprocedure, richt zicht op de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een arbeidsgeschil. De werknemer, een inspecteur van schepen, is in 2001 in dienst getreden bij een het Verenigd Koninkrijk gevestigde firma. De werknemer stelt, nadat hij eerder op staande voet was ontslagen en nu o.a. wedertewerkstelling vordert, dat de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen, nu hij een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht is aangegaan, zijn salaris uit Nederland ontvangt en daar sociale premies voldoet. De werknemer heeft tot 2006 in Nederland gewerkt en sinds die tijd heeft hij zijn werkzaamheden vanuit Griekenland verricht. De werkgever stelt o.a. dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan met een Engelse firma naar Engels recht. Daarnaast stelt zij dat de werknemer de laatste jaren zijn werkzaamheden in Griekenland verrichtte en van daaruit salaris ontving, zodat in dat geval eerder het Griekse recht dan het Nederlandse recht van toepassing zou zijn. De rechter verklaart zich bevoegd om van de vordering kennis te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen