Rb. Rotterdam 18 juni 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BD9533
Een bestuurder is op grond van art. 2:248 BW alleen aansprakelijk jegens de boedel voor schulden die tegen de boedel ingeroepen kunnen worden. Voorzover de vordering van de ontvanger op de failliet gebaseerd is op een aansprakelijkheidstelling ex art. 49 Inv en niet op een belastingaanslag in de zin van art 19 Inv. is hiervoor verificatie (al dan niet langs de route van artikel 186 Fw) vereist (r.o. 2.8 onder b).
De uitspraak op rechtspraak.nl