Rb. Rotterdam 1 april 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC8679

Boete aan tussenpersoon op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat Merwede Shipyard de aan haar opgelegde boete heeft doorbelast aan SGB en dat SGB op haar beurt die boete evenals de haar opgelegde boete heeft doorbelast aan eiseressen. Ook de aan J&F opgelegde boete is uiteindelijk door eiseressen betaald. Eiseressen hebben onweersproken gesteld dat in het belang van de bestaande zakelijke relaties met voornoemde bedrijven, die bedragen wel door hen voldaan moesten worden. Daarmee staat vast dat eiseressen een bedrag hebben betaald dat ten minste gelijk is aan het bedrag van de aan hen opgelegde boetes. Gelet daarop is er naar het oordeel van de rechtbank, met betrekking tot de thans in geding zijnde boetes, sprake van onevenredigheid ten opzichte van de gepleegde verzuimen. Eiseressen zijn door die betalingen al afdoende bestraft en verweerder had daarin aanleiding moeten zien om bij de bestreden besluiten de boetes op nihil te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen