Rb. Rotterdam 24 oktober 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB8196

Vaststaat dat eiseres heeft toegestaan dat gedaagde de kredietlimiet aanzienlijk heeft overschreden. Voor de beantwoording van de vraag of deze omstandigheid (mede) aan eiseres dient te worden toegerekend in de zin van artikel 6:101 BW is van belang dat zij uit hoofde van haar maatschappelijke functie als bank een zorgplicht jegens haar cliënten heeft. Deze vloeit voort uit de eisen van redelijkheid en billijkheid, naar de aard van een contractuele verhouding tussen een bank en haar cliënt. De strekking van bedoelde zorgplicht is om de cliënt te beschermen tegen het gevaar van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De reikwijdte van de zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen