Rb. Rotterdam 30 maart 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA2421
De strafkamer heeft zich lopende het onderzoek ter terechtzitting niet willen uitlaten over de betrouwbaarheid van getuigen. Voorts heeft de strafkamer in het licht van een en ander nog geen beslissing genomen op het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Dat er aan de zijde van de leden van de strafkamer sprake is geweest van subjectieve partijdigheid kan uit de door de verdediging geschetste gang van zaken niet worden afgeleid. Anders dan door de verdediging aangevoerd leveren bedoelde beslissingen van de strafkamer – waarvan de juistheid niet ter beoordeling staat van de wrakingskamer – geen grond op voor de objectief gerechtvaardigde vrees van partijdigheid, ook niet wanneer daarbij de door de verdediging aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen. Verzoek tot wraking van de rechtbank afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl