Rb. Rotterdam 20 juli 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY5184
Artikel 21 van het Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko in verbinding met artikel 3 van het Slotprotocol van het Vedrag (tekst per 1 november 2004) verschaft in geval van polygamie louter aan de eerste echtgenote mogelijkheid om zich vrijwillig te verzekeren.Gelet op de omstandigheid dat het gewijzigde Verdrag de eis stelt dat een weduwe zich vrijwillig heeft verzekerd om haar in aanmerking voor een AOW-pensioen te kunnen laten komen, kan een weduwe die op 1 november 2004 reeds de leeftijd van 65 jaar bereikt had, niet voor een AOW-pensioen in aanmerking gebracht worden. De SVB voert evenwel het gewijzigde Verdrag aldus uit dat de zojuist bedoelde weduwen op gelijke wijze behandeld worden als de weduwen die op 1 november 2004 de 65-jarige leeftijd nog niet bereikt hadden, zij het dat aan hen niet de eis van de vrijwillige verzekering gesteld wordt. Gelet op het gelijkheidsbeginsel en naar analogie van hetgeen het Verdrag terzake bepaalt ten aanzien van de weduwen die op 1 november 2004 nog geen 65 jaar oud waren, wordt deze mogelijkheid in geval van polygamie louter aan de eerste echtgenote verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl