Rb. Rotterdam 17 juli 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY4928

Verweerder heeft aan onder meer het NIP, de LVE en de NVVP, wegens het hanteren van tariefaanbevelingen, boetes en lasten onder dwangsom opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit heeft beperkt tot de vaststelling dat adviestarieven ertoe strekken de mededinging te beperken, daar betrokkenen met een redelijke mate van zekerheid kunnen voorzien welk prijsbeleid hun concurrenten zullen voeren. Daarnaast heeft verweerder aangevoerd dat uit de inhoud en vorm van de tarieven, het gedurende vele jaren verspreiden ervan, de rol van het Platform Psychotherapie en de subjectieve intentie van partijen, kan worden afgeleid dat de adviestarieven een mededingingsbeperkende strekking hadden. Hiermee heeft verweerder niet aangegeven hoe de concurrentie op een markt op het terrein van de gezondheidszorg, zoals aan de orde in het bestreden besluit, zich ontwikkeld zou hebben zonder deze adviestarieven. Met name is bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk in hoeverre een huisarts zich bij zijn verwijzingen laat leiden door de hoogte van het tarief van de aanbieder in kwestie en wat de invloed van een aanvullende verzekering voor psychologische diensten is. Indien bijvoorbeeld voor de huisarts de hoogte van het tarief geen belangrijke factor zou blijken te zijn en de meeste consumenten verzekerd zijn, zou de concurrentie tussen de aanbieders van psychologische diensten zich nauwelijks anders ontwikkeld hebben zonder de adviestarieven van de betrokken verenigingen, te minder indien aannemelijk zou zijn dat voor de meeste consumenten in een dergelijke situatie de gezondheidstoestand een belangrijker overweging is dan de kosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen