Rb. Rotterdam 17 mei 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AX9002
Vervoer van zendingen cement van Padang (Indonesië) naar Rotterdam met het ms. "Kyriakos M", waarvoor op 26 augustus 2002 twee schone cognossementen zijn afgegeven. Na aflevering te Rotterdam is op 7 oktober 2002 waterschade geconstateerd aan de lading. De cognossementen zijn zonder nadere aanduiding aan order gesteld en zijn blanco geëndosseerd door de afzender. Daarmee zijn het toonderpapieren geworden. De vraag rijst of Mobicem vorderingsgerechtigd is ondanks dat de cognossementen na uitlevering van de lading per abuis ter kwijting zijn voorzien van een stempel van Mobi Groep in plaats van een stempel van Mobicem. De cognossementen zijn namens de kapitein afgegeven. Het geschilpunt of de agent al dan niet bevoegd was de cognossementen namens de kapitein te ondertekenen kan in het midden blijven, daar een beroep op art. 8:461 lid 2 BW ook mogelijk is indien de agent die namens de kapitein het cognossement ondertekende daarbij de grenzen zijner bevoegdheid heeft overtreden (art. 8:462 lid 4 jo lid 3 BW). De enkele verwijzing in het cognossement "freight payable as per charterparty" brengt niet mee dat Fortis cs de in de charterparty opgenomen arbitrageclausule tegen zich moet laten gelden. Het afgegeven schone cognossement heeft betrekking op de uiterlijk waarneembare staat van de ten vervoer aangeboden lading, voor zover die voor een normale zeevervoerder bij een normale en gebruikelijke inspectie kenbaar is.
De uitspraak op rechtspraak.nl