Rb. Rotterdam 10 maart 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AV6122

Eerst in het verweerschrift is verweerder ingegaan op het verzoek om premierestitutie. De rechtbank kan dan ook niet anders dan vaststellen dat er ten aanzien van het verzoek om premierestitutie geen besluit voorligt. Dit maakt dat het beroepschrift, dat immers volledig betrekking heeft op een veronderstelde afwijzing van het verzoek om premierestitutie, zich niet richt tegen het besluit op bezwaar, dat immers niet meer behelst dan een niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de premievaststelling. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen