Rb. Rotterdam 2 januari 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU8931
Bezwaarschrift ex artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering ongegrond verklaard, nu - er geen sprake is van een dermate ernstige schending van het recht, dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging; - de rechtbank van oordeel is dat moet worden aangenomen dat artikel 258, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering de officier van justitie sinds 1 januari 2005 toestaat om een gerechtelijk vooronderzoek "weg te dagvaarden", ook indien verdachte zich op dat moment niet in voorlopige hechtenis bevindt; - er door het "wegdagvaarden" door de officier van justitie geen afbreuk is gedaan aan het recht van verdachte op een eerlijk proces.
De uitspraak op rechtspraak.nl