Rb. Rotterdam 30 november 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU8222

Beslissing op een verzoek aan de verschoningskamer door de rechtbank om zich te mogen verschonen in een zaak waar ter zitting blijkt dat de rechtbank kennis heeft genomen van stukken die niet in het dossier thuishoren. Aangezien het dossier buiten die stukken nagenoeg geen aanwijzingen bevat dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd, is de rechtbank van mening dat zij zich door kennisname van de stukken niet langer vrij voelt in haar oordeelsvorming. De verschoningskamer beslist dat, nu verzoekers zelf aangeven twijfel te koesteren of zij nog langer in staat zijn om zich in alle vrijheid een mening te vormen over de zaak waarvoor verdachte terechtstaat, er naar het oordeel van de kamer sprake is van een omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek is mitsdien toewijsbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen