Rb. Rotterdam 13 oktober 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU4276
Rotterdam Airport heeft verzocht om een voorlopige voorziening tegen een besluit van het Ministerie van V&W. Inzet van het geschil was de last onder dwangsom die het Ministerie Rotterdam Airport heeft opgelegd vanwege het overtreden van geluidsnormen. De last houdt in dat Rotterdam Airport maatregelen moet treffen om de vastgestelde geluidsnormen niet verder te overschrijden tot 1 november (afloop termijn). De dwangsom houdt in dat bij iedere verdere overschrijding van de norm, per overschrijding (0,1 Ke per netwerkpunt) een dwangsom van € 13.000 wordt opgelegd met een maximum van € 520.000. Consequentie van de last onder dwangsom is dat elke vliegbeweging vanaf 1 september op Rotterdam Airport tot overschrijding leidt en dat slechts algehele sluiting van Rotterdam Airport kan voldoen aan de vereisten van het Ministerie van V&W. Algehele sluiting van Rotterdam Airport is echter niet de bedoeling van het Ministerie. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het opleggen van een last onder dwangsom niet het geëigende middel is om een einde te maken aan de overtredingen. Daarom wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl