Rb. Rotterdam 28 juni 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU0044
Eiseres wordt verweten dat zij niet heeft voldaan aan haar verplichtingen gedurende de periode dat de eerste loondoorbetalingsverplichting is opgelegd. Deze eerste loondoorbetalingsverplichting liep van 12 april 2004 tot en met 11 augustus 2004. Nu het primaire besluit dateert van 28 mei 2004, kan verweerder onmogelijk nalatigheden van eiseres van nadien in zijn oordeel hebben betrokken. Tevens moet geoordeeld worden dat verweerder met name de (gestelde) nalatigheden van eiseres in de periode vanaf 8 december 2003 (en voor 12 april 2004) haar verwijt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geoordeeld dat er onvoldoende reïntegratie-inspanningen door eiseres zijn verricht. Evenwel is niet vast komen staan in hoeverre deze nalatigheden zich hebben voorgedaan in de te beoordelen periode, te weten van 12 april 2004 tot en met 11 augustus 2004. Strijd met artt. 3:2 en 7:12 van de Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 34a WAO
- Artikel 71a WAO
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 8:26 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 4 Beleidsregels verlenging loondoorbetaling poortwachter
- Artikel 5 Beleidsregels verlenging loondoorbetaling poortwachter
- Artikel 6 Beleidsregels verlenging loondoorbetaling poortwachter