Rb. Rotterdam 14 oktober 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AR5010

Art. 10 ZFW, vergoeding kosten geneeskundige hulp in bijzondere omstandigheden, premierestitutie De vertraging in de aanmelding van eiseres bij het ziekenfonds moet in redelijkheid aan eiseres worden toegerekend. Verweerder is van mening dat eiseres een bewuste keuze heeft gemaakt om zich niet aan te melden. Beoordeeld dient te worden of er sprake is van een 'willens en wetens' zich blootstellen aan de aanmerkelijke kans dat het gevolg van het niet handelen zou intreden en dat eiseres dat gevolg bewust heeft aanvaard. Verweerder heeft daaromtrent niets kenbaar overwogen. Omdat de gevraagde werkgeversverklaring niet is ingestuurd, is het verzoek tot inschrijving door verweerder ‘afgelegd’ zonder dat ter zake een besluit is afgegeven. De rechtbank is niet gebleken dat verweerder eiseres op de consequentie van het ontbreken van de werkgeversverklaring heeft gewezen. Daarnaast ziet de rechtbank niet in dat verweerder de verzekeringsplicht zonder die werkgeversverklaring niet zou kunnen beoordelen. Niet gebleken is dat verweerder de werkgever gewezen heeft op haar inlichtingenverplichting ten einde de werkgeversverklaring alsnog in haar bezit te krijgen. Strijd met de artt. 3:2 en 7:12 Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen