Rb. Rotterdam 17 september 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AR2477
Voorlopige voorziening inzake ongeldigverklaring rijbewijs. Er is geen ruimte voor afzonderlijke belangenafweging met het oog op de noodzaak van verzoeker tot gebruik van een rijbewijs voor zijn werk. Anders dan de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht in diens uitspraak van 18 mei 2004 (LJN: AP1321) heeft geoordeeld staat de betekenis van het begrip geldigheidsduur in art. 134 lid 4 van de WVW 1994 in de weg aan ongeldigverklaring van het rijbewijs slechts voor een deel van het etmaal.
De uitspraak op rechtspraak.nl