Rb. Rotterdam 25 juni 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AQ4389

Ingevolge beleid UWV na eerdere loonsanctie maximaal twee maanden loonsanctie art. 71a, negende lid, WAO, art. 6, derde lid, Beleidsregels verlenging loondoorbetaling Poortwachter Verweerder heeft gesteld dat na de eerdere in november 2003 opgelegde loonsanctie feitelijk niets ondernomen is. Volgens beleid van verweerder, waarbij verweerder wijst op het derde lid van artikel 6 Beleidsregels verlenging loondoorbetaling Poortwachter, had in dezen nog maximaal een loonsanctie van 2 maanden opgelegd kunnen worden. Het bestreden besluit dient zo te worden uitgelegd dat de loonsanctie ‘slechts’ 2 maanden bedraagt. Naar de mening van verzoekster is onvoldoende rekening gehouden met de feitelijke mogelijkheden op haar kantoor, hetgeen een éénmanskantoor is. Het ontbreekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan het inzicht bij verweerder van wat de werkneemster nog feitelijk zou kunnen doen gezien de (werk)situatie op verzoeksters kantoor. Nagelaten is aan te geven wat er nog wel zou kunnen. Schorsing primair besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen