Rb. Rotterdam 19 mei 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AP4624

Aanwijzing ingevolge artikel 21 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen er uit bestaande dat de beleggingsinstellingen zich met onmiddellijke ingang niet langer laten besturen door beheerder zolang de bestuurders van die beheerder niet zijn teruggetreden daar de betrouwbaarheid van die bestuurders niet meer buiten twijfel staat. De AFM heeft zijn betrouwbaarheidsoordeel conform de Beleidsregel inzake betrouwbaarheidstoetsing gestoeld op een strafrechtelijk antecedent, namelijk de aangifte bij en de verdenking door het OM van handelen met voorkennis door de bestuurders. De rechtbank komt tot de het oordeel dat de AFM op grond van de feiten die haar aanleiding hebben gegeven aangifte te doen bij het OM heeft kunnen komen tot haar betrouwbaarheidsoordeel. Een strafrechtelijke bewezenverklaring is niet vereist om tot dit betrouwbaarheidoordeel te kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen