Rb. Rotterdam 22 april 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AP2086

De rechtbank overweegt dat de door de minister vastgestelde regeling binnen de grenzen van de door de wetgever gegeven bevoegdheid blijft. De rechtbank acht de uitleg die de minister aan artikel 9, eerste, tweede en derde lid van de CSV heeft gegeven niet strijdig met vorenvermelde jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, aangezien deze jurisprudentie uitsluitend betrekking heeft op de situatie waarin werkzaamheden worden verricht in een arbeidspatroon van 14 dagen werken/ 14 dagen vrij. Voor het achterwege laten van toetsing aan de regeling bestaat geen aanleiding. Het betreft hier immers een regeling die in lijn is met de uitvoeringspraktijk van verweerder. Voor schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur is dan ook geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen