Rb. Rotterdam 28 april 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AO8559

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiding door aan een groot aantal prominente Nederlandse dreigbrieven, met scherpe patronen, te sturen. De gevolgde scanmethode van poststukken is niet in strijd met briefgeheim als bedoeld in artikel 13 van de Grondwet. Voorts is hierbij te aanzien van verdachte niet onrechtmatig gehandeld. Naast thans bewezenverklaarde feiten heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan nog 12 soortgelijke bedreigingen. Ten gevolge van een in 1985 opgelopen hersenletsel bestond bij verdachte tijdens het begaan van de bewezenverklaarde feiten, een zodanige ziekelijke stoornis van de geestvermogens, waardoot deze feiten in sterk vermindere cq vermindere mate kunnen worden toegerekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen