Rb. Rotterdam 19 december 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AO1756

Hoewel de voorzieningenrechter de ontvangstproblemen van verzoekers luisteraars onderkent leent - te meer nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is - hetgeen verzoeker thans expliciet zowel primair als subsidiair vordert zich niet voor een voorlopige voorziening. Immers niet valt uit te sluiten dat honorering van hetgeen verzoeker zowel primair als subsidiair vordert tot zeer verstrekkende gevolgen zal leiden. Naast het risico dat bij de door verzoeker gevorderde proefopstelling andere (landelijke) publieke omroepen (Radio 1 en 3) met aanzienlijk ontvangstproblemen worden geconfronteerd waardoor ook ten aanzien van die publieke omroepen steunzenders geplaatst dienen te worden, terwijl niet uit te sluiten is dat verzoeker bij deze proefopstelling eveneens geen 100% dekking zal verkrijgen en hij wederom een steunzender nodig heeft, bestaat een wezenlijk gevaar dat bij de hierdoor noodzakelijke aanpassingen internationale coördinatieproblemen ontstaan en internationale afspraken zullen worden geschonden. Nog afgezien van de vraag of de voorzieningenrechter zich de bevoegdheid moet toerekenen om door middel van het gelasten van een proefopstelling te interveniëren ter zake van de met ingang van 1 juni 2003 in gebruik genomen frequenties, staat het gelet op het hiervoor overwogene vast dat een dergelijke ingreep als een proefopstelling - waarop overigens het bestreden besluit niet ziet - niet zonder een diepgaand en deskundig onderzoek mogelijk is, hetwelk de voorlopige voorziening procedure (ver) te buiten gaat. Zonder te beschikken over enig inzicht of een dergelijke proefopstelling niet leidt tot schending van internationale afspraken dan wel dat inwilliging evident leidt tot het (meest) doelmatig gebruik van het frequentiespectrum kan aan de primaire vordering van verzoeker dan ook reeds hierom geen toepassing worden gegeven. Het vorenstaande geldt tevens ter zake van hetgeen verzoeker subsidiair vordert, aangezien het voor de voorzieningenrechter zonder een diepgaand en deskundig onderzoek volstrekt ondoenlijk is om vast te stellen dat het plaatsen van een steunzender in Harlingen frequentietechnisch gezien mogelijk is, terwijl voorts niet valt uit te sluiten dat een dergelijke steunzender eveneens problemen op zal leveren voor in dit geval Radio 3 dan wel andere (publieke) omroepen. Bovendien valt ook hierbij niet uit te sluiten dat daarbij strijd aanwezig zal zijn met internationale afspraken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen