Rb. Rotterdam 20 mei 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9783

Gelet op artikel 2, tweede lid, van het Btb moet naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit, op grond van de voornemens en antecedenten van de in het eerste lid bedoelde personen en van overige personen die middellijk of onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders, als bedoeld in het eerste lid, van de beleggingsinstelling respectievelijk de bewaarder te benoemen of te ontslaan, niet waarschijnlijk zijn dat ernstig gevaar bestaat dat de belangen van de deelnemers zullen worden geschaad of dat in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde zal worden gehandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen