Rb. Rotterdam 18 juni 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9702
Bij besluit van 14 september 1999 heeft verweerder, na een rapport in de zin van artikel 59, eerste lid, van de Mw te hebben opgemaakt, geoordeeld dat de in beide overeenkomsten - die van 1 januari 1998 (de datum van inwerkingtreding van de Mw) tot 1 april 1998 alsmede die van 1 april 1998 tot 1 april 1999 - vastgelegde afspraak om bepaalde opdrachten tot het passeren van akten van de gemeente per toerbeurt te verdelen over de betrokken notarissen er toe strekt de onderlinge concurrentie tussen de Bredase notarissen ten aanzien van het verwerven van deze opdrachten uit te schakelen. Bovendien wordt (potentiële) concurrentie van notarissen buiten Breda met betrekking tot deze opdrachten onmogelijk gemaakt. Een dergelijke marktverdelingsregeling is door verweerder naar haar aard mededingingsbeperkend en mitsdien in strijd met artikel 6, eerste lid, van de Mw, geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl