Rb. Rotterdam 16 juni 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9012
Bij de primaire besluiten van 30 juli 2001 heeft verweerster aan elk der eisers een last onder dwangsom opgelegd als bedoeld in artikel 48b, eerste lid, van de Wte 1995. De last onder dwangsom luidt als volgt: U dient er per ommegaande zorg voor te dragen dat Plentium gevolg geeft aan de haar bij brief van 23 juli 2001 (…) gegeven aanwijzing. Deze aanwijzing strekt ertoe dat Plentium met onmiddellijke ingang het aanbieden van effecten, meer in het bijzonder van schuldbrieven, zonder dat Plentium een (i) prospectus algemeen verkrijgbaar heeft gesteld dat voldoet aan de eisen bij of krachtens het Bte en (ii) deze heeft gedeponeerd bij de STE, staakt en gestaakt houdt alsmede dit schriftelijk mededeelt aan de STE. De last bedraagt fl. 50.000,- voor iedere dag dat Plentium geen gevolg geeft aan voornoemde aanwijzing, tot een maximum van fl. 2.000.000,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl