Rb. Rotterdam 20 augustus 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AQ1034

Verweerder heeft bij besluit van 20 maart 2001 eiser meegedeeld opnieuw besloten te hebben dat hij met ingang van 26 maart 1999 geen recht heeft op een WAZ-uitkering, aan welk besluit verweerder dezelfde motivering ten grondslag heeft gelegd als die welke aan het (primaire) besluit van 29 februari 2000 ten grondslag was gelegd. Eiser heeft bij brief van 24 maart 2001 tegen dit besluit van 20 maart 2001 bezwaar gemaakt. Bij besluit I heeft verweerder het besluit van 20 maart 2001 ingetrokken en het bezwaar van eiser van 8 april 2000, gericht tegen het besluit van 29 februari 2000, alsnog ongegrond verkaard. Verweerder heeft terecht gemeend dat het besluit van 20 maart 2001 onjuist was, zodat hij op goede gronden gemeend heeft bevoegd te zijn bij besluit I het besluit van 20 maart 2001 in te trekken. Gelet op deze intrekking, had eiser geen belang meer bij een beslissing op zijn bezwaar van 24 maart 2001 dat gericht was tegen dat besluit. Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen dat besluit daarom bij besluit II terecht niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen