Rb. Rotterdam 18 oktober 2001, ECLI:NL:RBROT:2001:AD5807
Openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb treedt in de plaats van de gewone voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 4.1.2 Awb. Bouwvergunning verleend voor vergroten van woning aan de [...] 55. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken. Zou hij dat wel hebben gedaan, dan had verweerder overeenkomstig art. 3:43 Awb aan hem mededeling moeten doen van het bestreden besluit en was verzoeker in de gelegenheid geweest daartegen - tijdig - bezwaar te maken. Volgens vaste jurisprudentie komt het echter voor risico van een belanghebbende als hij heeft nagelaten ervoor te zorgen dat een kennisgeving als bedoeld in art. 3:12 Awb aan hem bekend wordt. Een andere benadering zou het goed functioneren van het stelsel van de in Afdeling 3.4 Awb geregelde openbare voorbereidingsprocedure ernstig frustreren. Hetgeen verzoeker op dit punt heeft aangevoerd, treft dan ook geen doel. Dat verzoeker bij een eerdere bouwaanvraag in 1984 (wel) door de gemeente is geïnformeerd, leidt niet tot een ander oordeel. President: Het beroep op art. 4:8 Awb slaagt evenmin. Zoals ook blijkt uit de memorie van toelichting bij art. 4:10 Awb (vgl. PG Awb I, blz. 256), treedt - indien de openbare voorbereidingsprocedure wordt toegepast - deze in de plaats van de in afdeling 4.1.2 van de Awb geregelde "gewone" voorbereidingsprocedure, met inbegrip van art. 4:8 Awb. De openbare voorbereidingsprocedure voorziet, anders dan de "gewone" voorbereidingsprocedure, in een stelsel van algemene kennisgeving. Weliswaar is in art. 4:10 Awb bepaald dat indien ter uitvoering van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb toepassing wordt gegeven aan afdeling 3.4 of afdeling 3.5 van de Awb, het bestuursorgaan de aanvrager en degene tot wie de beschikking zal zijn gericht (in de terminologie van de memorie van toelichting: "de rechtstreeks belanghebbende") daarvan op de hoogte stelt, maar deze bepaling ziet nu juist niet op derden-belanghebbenden, zoals in het onderhavige geval verzoeker. Van verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. Het bezwaar zal daarom niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Verzoek afgewezen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelharnis, verweerder. mr. drs. Th.G.M. Simons (president)
De uitspraak op rechtspraak.nl