Rb. Rotterdam 15 juni 2001, ECLI:NL:RBROT:2001:AB3088
Aan het connexiteitsvereiste dient ook in materiële zin te worden voldaan. Bindende aanwijzing van verweerder inzake het tarief voor de doorgifte van programma's via het omroepnetwerk van Kabeltelevisie Amsterdam B.V. Daartegen is door verzoekster, Canal+ B.V., bezwaar gemaakt; tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Verzoekster heeft het verzoek om voorlopige voorziening gedaan hangende haar bezwaar tegen het bestreden besluit. In formele zin is derhalve voldaan aan het in art. 8:81 Awb neergelegde connexiteitsvereiste. Uit de functie van het connexiteitsvereiste vloeit voort dat daaraan ook in materiële zin dient te worden voldaan, dat wil zeggen dat de gevorderde voorziening(en) betrekking moet(en) hebben op het connexe - bestreden - besluit. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Hetgeen verzoekster heeft gevorderd strekt er in wezen toe dat van de President wordt gevraagd te interveniëren in de procedure ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar. Het verzoek om voorlopige voorziening heeft derhalve geen betrekking op het door verweerder reeds genomen besluit. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, verweerder. mr. drs. Th.G.M. Simons (president)
De uitspraak op rechtspraak.nl