Rb. Rotterdam 23 augustus 2000, ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327

Strijd met art. 22 WW, nu verweerder, zonder dat eiser daartoe een aanvraag heeft ingediend, een nieuw recht op WW heeft vastgesteld. Verweerder heeft per 14-7-1997 aan de hand van eisers werkbriefjes die hij moest invullen i.v.m. zijn per 7-10-1996 ontstane werkloosheid, ambtshalve een nieuw recht op WW vastgesteld. Het hiertegen ingediende bezwaar is ongegrond verklaard (besluit I). Nadat eiser in augustus 1997 weer was gaan werken, heeft hij, na het ontstaan van een arbeidsurenverlies per 10-11-1997 om toekenning van een WW-uitkering verzocht. Verweerder meent dat eiser per 10-11-1997 geen nieuw recht op WW heeft, maar dat er sprake is van herleving van de op 14-7-1997 ontstane rechten. Het hiertegen ingediende bezwaar is ongegrond verklaard (besluit II). Tegen beide besluiten is beroep ingesteld. Rechtbank: Het door eiser ingevulde werkbriefje kan naar het oordeel van de rechtbank hier niet als aanvraag worden aangemerkt. Eiser heeft dit werkbriefje ingevuld en ingediend ter vervulling van een wettelijk verplichting, die gerelateerd is aan het per 7-10-1996 ontstane recht op WW. De door verweerder aangehaalde uitspraak van de CRvB van 23-2-1993, (RSV 1993,274) leidt niet tot een ander oordeel. In die uitspraak komt tot uitdrukking dat in het geval van een korte herlevingstermijn (het betrof hier een periode van twee weken) opgave op het werkbriefje beschouwd mag worden als de aanvraag om (herleving) van uitkering. Eisers situatie per 14-7-1997 betreft een nieuw vast te stellen recht op een WW uitkering en geen herleving, na een korte onderbreking, van een reeds door verweerder vastgesteld recht. Nu verweerder zonder een daartoe ingediende aanvraag van eiser op een door verweerder beschikbaar gesteld aanvraagformulier, het recht van eiser op een WW uitkering met ingang van 14-7-1997 heeft vastgesteld, heeft verweerder gehandeld in strijd met het gestelde in art. 22 van de WW. Nu besluit I dient te worden vernietigd, komt ook besluit II, waarbij is uitgegaan van een per 14-7-1997 nieuw ontstaan recht, voor vernietiging in aanmerking. Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mr. J.D.G.J. Dop

De uitspraak op rechtspraak.nl