Rb. Rotterdam 2 mei 2000, ECLI:NL:RBROT:2000:AA7318
Art. 8:26 Awb strekt er niet toe om belanghebbenden tot het geding toe te laten, die zelf beroep kunnen of hadden kunnen instellen en aan wie redelijkerwijs kan worden verweten zulks niet te hebben gedaan danwel dit niet tijdig te hebben gedaan. Besluiten inzake toekenning van aanvullende GSM-frequenties aan KPN en Libertel. Het namens Federa daartegen ingediende bezwaarschrift is door verweerder ongegrond verklaard. In beroep zijn KPN en Libertel in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. De Rechtbank heeft de verzoeken van Proximus B.V. en Telfort B.V. om als partij aan het geding deel te nemen afgewezen. Mede gelet op de strekking van art. 6:13 Awb moet worden aangenomen dat art. 8:26, eerste lid Awb er in elk geval niet toe strekt belanghebbenden die zelf beroep kunnen of hadden kunnen instellen en aan wie redelijkerwijs kan worden verweten zulks niet te hebben gedaan, in de gelegenheid te stellen als partij aan een door een andere belanghebbende geëntameerd geding deel te nemen. Dat geldt evenzeer t.a.v. belanghebbenden die niet tijdig beroep hebben ingesteld. Nu het beroep van Proximus wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk is verklaard en nu Telfort zelf beroep had kunnen instellen en niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zulks aan haar redelijkerwijs niet kan worden verweten, kan - in elk geval om die respectieve redenen - zowel t.a.v. Proximus als t.a.v. Telfort geen toepassing worden gegeven aan art. 8:26, eerste lid Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl