Rb. Roermond 7 februari 2012, ECLI:NL:RBROE:2012:BV6172

Prejudiciele vragen. Verdachte maakt tijdens een controle op basis van artikel 4.17a Vb2000 vermoedelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument en wordt verdacht van overtreding van artikel 231 lid 2 WvSr. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de controle onrechtmatig was en dat de resultaten van deze controle niet als bewijsmiddel mogen worden gebruikt in de strafrechtelijke procedure. De rechtbank is - kort gezegd - van oordeel dat de tot nu toe gevormde jurisprudentie onvoldoende duidelijkheid biedt of artikel 4.17a Vb2000 al of niet strijdig is met de Schengengrenscode. Daarom worden de volgende prejudiciele vragen aan het Hof van Justitie van de EU gesteld: 1. Is artikel 4.17a van het Vb2000 in strijd met het verbod op grenscontroles respectievelijk op aan grenscontroles gelijk te stellen controles als bedoeld in artikel 20 en 21 van de Schengengrenscode? 2. Zo ja, komt een beroep hierop ook toe aan niet-EU burgers danwel personen die geen verblijfstitel in een lidstaat van de EU hebben?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen