Rb. Roermond 16 februari 2012, ECLI:NL:RBROE:2012:BV5612

Verweerder heeft de aanvraag om openbaarmaking van de in de curricula vitae vervatte gegevens over de functies die de voorzitters en leden van de bezwarencommissie naast hun functie bij die bezwarencommissie bekleden afgewezen met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Het geding spitst zich toe op de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen openbaarmaking van de nevenfuncties van de leden van de bezwarencommissie. De rechtbank heeft die vraag ontkennend beantwoord. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders hebben in hun verordening er uitdrukkelijk voor hebben gekozen om niet alleen de onafhankelijkheid van de voorzitter, maar ook die van de leden van de bezwarencommissie te waarborgen. Gezien het belang van de controleerbaarheid van de onafhankelijkheid van de voorzitter, zoals vervat in artikel 7:13, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb, en de leden van de commissie, zoals vervat in de verordening van verweerders gemeente, is de rechtbank van oordeel dat dit belang niet in redelijkheid ondergeschikt kan worden geacht aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de voorzitters en leden in zoverre dit hun nevenfuncties betreft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen