Rb. Roermond 8 oktober 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BO0422
Aan eisers is, in hun hoedanigheid van voormalige vennoten, een boete in het kader van de Wav opgelegd. Voor de beoordeling daarvan is in de eerste plaats van belang of, als sprake is van een beboetbaar feit, het feit is begaan door de V.O.F. of de eenmanszaak. In het Handelsregister stond de onderneming ten tijde van de controle op 24 mei 2009 als V.O.F. geregistreerd. Eiser heeft de rechtsvorm van de onderneming op 25 mei 2009 in het Handelsregister aan laten passen van een V.O.F. naar een eenmanszaak, per 30 april 2009.De rechtbank leidt uit de wetsgeschiedenis van de Hrw af dat de in artikel 25, derde lid van de Hrw neergelegde bescherming in de Hrw is opgenomen, ter bevordering van vlot handelsverkeer. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat deze bescherming niet geldt ten overstaan van niet-handelscrediteuren, zoals verweerder. Gelet hierop, mocht verweerder voor de vraag of de onderneming ten tijde van het gestelde beboetbaar feit een V.O.F. of een eenmanszaak was, niet enkel afgaan op de gegevens uit het Handelsregister. De registratie in het Handelsregister mocht voor verweerder wel een aanknopingspunt vormen, maar hij had niet, zonder nader onderzoek, er vanuit mogen gaan dat de onderneming als V.O.F. werd gedreven, nadat dit door eisers was betwist. Voor verweerder is niet de in het Handelsregister gepubliceerde, maar de werkelijke rechtssituatie maatgevend.
De uitspraak op rechtspraak.nl