Rb. Roermond 3 september 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BN6013

Verzoekster woont in Echt-Susteren (Nederland) en heeft algemeen vormend voortgezet onderwijs gevolgd in Maaseik (België). Zij is als houder van een buitenlands diploma ingedeeld in lotingsklasse C en vervolgens uitgeloot voor de studie Medicijnen aan de Universiteit Maastricht. Zij stelt dat die indeling in strijd is met het Europeesrechtelijk verbod van verkapte discriminatie naar nationaliteit, omdat het eindresultaat van haar opleiding in België minstens gelijk te stellen is met een 8 gemiddeld (naar Nederlandse maatstaven). Dat gemiddelde geeft recht geeft op directe toelating. De rechter is van oordeel dat verweerder in het kader van de heroverweging in bezwaar op basis van advisering door een interne of externe deskundige (instantie) de vraag had moeten beantwoorden of buiten twijfel staat dat het gemiddelde eindcijfer van het door verzoekster in België behaalde diploma vergelijkbaar is met een gemiddeld eindexamencijfer van het Nederlands vwo dat hoger is dan een 8. Het bestreden besluit dient dan ook wegens strijd met de uit artikel 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortvloeiende eisen te worden vernietigd. Tevens wordt verweerder bij wijze van voorlopige voorziening opgedragen om de nodige maatregelen te nemen om te waarborgen dat, voor het geval dat de nadere heroverweging in bezwaar tot de conclusie leidt dat het gemiddeld eindcijfer van verzoekster het vereiste niveau heeft, zij kan instromen in de door haar gewenste opleiding zodra daarvoor in de loop van het studiejaar een plaats vrij komt, dan wel, indien verzoekster daarvoor kiest, in het volgend studiejaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen