Rb. Roermond 7 juli 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BN0952
(Ex-)Burgemeester (hierna: eiser) verzoekt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: verweerder) om ten aanzien van hem een maatregel te nemen waardoor de negatieve effecten, veroorzaakt door het niet met pensioen gaan op de leeftijd van 64 jaar en 11 maanden (de zogenoemde “Vendrik-problematiek”), worden gerepareerd nu eiser door het Gemeentebestuur en de Commissaris van de Koningin van Limburg is gevraagd om door te werken in verband met het begeleiden van de gemeentelijke herindeling. Verweerder wijst dat verzoek af onder overweging dat er geen mogelijkheden zijn om specifiek voor eiser een dergelijke maatregel te treffen, die ingrijpt in de voor eiser geldende, privaatrechtelijk tot stand gekomen, pensioen- en vutregeling. Het daartegen gemaakte bezwaar verklaart verweerder niet-ontvankelijk. De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat er evident geen publiekrechtelijke grondslag is aan te wijzen voor een compensatie zoals door eiser is verzocht.
De uitspraak op rechtspraak.nl