Rb. Roermond 5 juli 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BN0906
Vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, van de WRO ten behoeve van de vestiging van buitenlandse werknemers op een camping. Toepassing artikel 8:51a van de Awb (bestuurlijke lus). In het kader van de ruimtelijke onderbouwing dient te worden beoordeeld of de vrijstelling in overeenstemming is met het beleid, in het bijzonder met de daarin opgenomen randvoorwaarden. Om de randvoorwaarden uit het beleid te waarborgen heeft verweerder voorwaarden aan de vrijstelling verbonden en een intentieovereenkomst gesloten met aanvrager en het betrokken uitzendbureau. Aanvrager heeft (alle aandelen in de B.V. die eigenaar is van) de camping verkocht. Naleving van aan een besluit verbonden voorwaarden kan in beginsel worden gewaarborgd door een privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten. Door te verwijzen naar ‘aanvrager’ en geen kettingbeding in de intentieovereenkomst op te nemen is de naleving van de randvoorwaarden uit het beleid echter onvoldoende gewaarborgd in verband met de nieuwe eigenaar van de camping en mogelijk toekomstige eigenaren. Hierdoor kleeft een gebrek aan de verleende vrijstelling. Met toepassing van de Wet bestuurlijke lus Awb wordt verweerder in de gelegenheid gesteld het geconstateerde gebrek binnen vier weken te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl