Rb. Roermond 15 februari 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BL4276
Eiseres heeft met een Turkse firma een overeenkomst gesloten tot levering en plaatsing van speciale tegels in een moskee in welk geval er sprake is van het verrichten van diensten door (de Turkse werknemers van) de Turkse firma. Eiseres wordt een boete opgelegd in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen aangezien zij niet beschikte over tewerkstellingsvergunningen voor de Turkse tegelzetters. Eiseres heeft een beroep gedaan op bescherming van de zogeheten standstillbepaling in artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol EEG/Turkije. Uit genoemde bepaling, mede gelet op de arresten van het Hof van Justitie EG van 21 oktober 2003 (C-317/01, C-369/01; LJN AM2833) en van 19 februari 2009 (C-228/06; LJN BH4314), volgt dat dit artikellid in algemene zin de invoering van nieuwe nationale beperkingen van, voor zover relevant voor dit geding, het recht op het vrij verrichten van diensten vanaf de datum van inwerkingtreding in de lidstaat van ontvangst van de rechtshandeling waarin dat artikel staat (voor Nederland: 1 januari 1973) verbiedt. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat er voor het verrichten van diensten als in het onderhavige geval aan de orde, op 1 januari 1973 geen plicht heeft bestaan daarvoor te beschikken over een vergunning op grond van de destijds geldende Wet arbeidsvergunning vreemdelingen 1964. Noch uit de tekst van artikel 2 van die Wet noch uit (de ontwikkeling in) de wetsgeschiedenis nadien, met name uit de bekendmaking van het KB van 27 augustus 1992, is af te leiden dat er op 1 januari 1973 sprake is geweest van een vergunningplicht voor het verrichten van arbeid anders dan onder het verband van een arbeidsovereenkomst dan wel een daarmee expliciet gelijkgestelde relatie. De rechtbank concludeert dat verweerder de door de rechtbank vastgestelde schending niet in aanmerking heeft genomen bij de besluitvorming en derhalve heeft nagelaten een deugdelijk en zorgvuldig onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden ten grondslag te leggen aan het bestreden besluit, als ook aan het bestreden besluit een niet draagkrachtige motivering ten grondslag te leggen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl