Rb. Roermond 29 december 2009, ECLI:NL:RBROE:2009:BK8131
Buiten invordering stelling ouderbijdrage jeugdzorg; niet terugbetalen van betaalde ouderbijdragen is besluit in de zin van de Awb. Met analoge toepassing van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 juli 2008 (LJN BD6569) stelt de rechtbank dat een schriftelijke beslissing die betrekking heeft op de wijze van uitvoering van de beslissing tot buiten invordering stelling zo zeer samenhangt met de aanspraak op die buiten invordering stelling dat zo een beslissing een besluit is waartegen, evenals tegen het al dan niet verlenen van een aanspraak op buiten invordering stelling, bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Anders dan de rechtbank Breda is deze rechtbank van oordeel dat het niet restitueren van betaalde ouderbijdragen niet kan worden aangemerkt als een beslissing met betrekking tot de wijze van invordering en daarmee aan de rechtsmacht van de bestuursrechter zou zijn onttrokken. De civielrechtelijke procedure die in artikel 76 van de Wet op de jeugdzorg is aangewezen voor het dwangbevel indien de bijdrageplichtige na een aanmaning in gebreke blijft de ouderbijdrage te voldoen, dient, nu de rechtsmacht over besluiten met betrekking tot het gebruik maken van de bevoegdheid tot buiten invordering stelling aan de bestuursrechter toekomt, beperkt te worden uitgelegd en wel alleen voor het geval de bijdrageplichtige in gebreke is. Van dat laatste is bij verweerders beslissing de betaalde bijdragen niet te restitueren geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl