Rb. Roermond 24 december 2009, ECLI:NL:RBROE:2009:BK7717

Geen reden om te oordelen dat het niet tijdig inleveren van de OV-studentenkaart op geen enkele wijze kan worden toegerekend (artikel 3.27, vierde lid van de Wsf 2000), maar verweerster heeft niet in redelijkheid kunnen afzien van toepassing van de hardheidsclausule (artikel 11.5 van de Wsf 2000). Nadat eiser met ernstige psychische klachten in het ziekenhuis was opgenomen, heeft zijn vader zaken voor hem heeft geregeld op basis van een door eiser verstrekte volmacht en niet geheel buiten eiser om bij wege van zaakwaarneming. Daarom kan niet worden gezegd dat het niet tijdig inleveren van de kaart eiser op geen enkele wijze kan worden toegerekend. In het licht van de op dat moment zeer recente ziekenhuisopname van eiser en de daarbij gestelde diagnose van een ernstige psychiatrische aandoening, houdt de rechtbank het ervoor dat eisers vader zich plotseling geconfronteerd zag met de noodzaak om op korte termijn een aantal zaken voor zijn zoon te regelen en dat hij niet ten volle in de gelegenheid was om zich tijdig te informeren over alle daarbij te nemen stappen. Onder die omstandigheden is het eiser bezwaarlijk tegen te werpen dat zijn vader niet onmiddellijk adequaat heeft gehandeld bij het beëindigen van de studiefinanciering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen