Rb. Roermond 28 augustus 2009, ECLI:NL:RBROE:2009:BJ6422
Samenvatting uitspraak AWB 09/1090 Het bestuur van de Stichting Akkoord! Primair Onderwijs te Venlo is naar aanleiding van een verschil van inzicht over de taakopvatting van het bestuur bij besluit van 23 juli 2009 door het Gemeenschappelijk Orgaan Toezicht op het Primair Onderwijs ontslagen. Tevens is in een interim-bestuur voorzien. Vier leden van het bestuur hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Tevens hebben zij de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Met betrekking tot het karakter van de bestreden beslissing heeft de voorzieningenrechter overwogen dat, zoals uit de stukken en de toelichting van de zijde van het gemeenschappelijk orgaan ter zitting moet worden begrepen, de beslissing van het gemeenschappelijk orgaan het ontslag van de leden van het bestuur behelst onder toepassing van artikel 8, eerste lid van de statuten van de stichting en het voorlopig zelf voorzien in het bestuur onder toepassing van artikel 48, elfde lid van de Wet op het primair Onderwijs (WPO). Het gemeenschappelijk orgaan heeft op grond van de gemeenschappelijke regeling bevoegdheden die de WPO aan de raden van de onderscheiden gemeenten heeft toegekend. Hij is daarmee een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Awb. Hoewel de stichting is opgericht bij notariële akte, zijn de in artikel 48 van de WPO genoemde vereisten omtrent statutair doel, uitoefening van taken, bevoegdheden, toezicht en inhoud van de statuten dermate uitvoerig en dwingend te achten dat de notariële akte niet anders kan worden gezien dan als een uitvoeringshandeling van het besluit van de gemeenteraad om toepassing te geven aan de wettelijke regeling. De uitoefening van taken en bevoegdheden als beschreven in artikel 48 van de WPO door organen van de stichting heeft daarom een publiekrechtelijke grondslag die prevaleert boven de privaatrechtelijke aspecten van de stichtingsvorm. De onderhavige beslissing van het gemeenschappelijk orgaan is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op publiekrechtelijk rechtsgevolg gericht en een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Met betrekking tot het geschil waren naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de door het gemeenschappelijk orgaan gemelde signalen met betrekking tot het functioneren van de algemeen directeur zowel binnen de stichting tegenover het personeel als naar buiten toe dermate ernstig dat het bestuur nadrukkelijk had moeten ingaan op deze signalen. Verzoekers hebben hun rol en verantwoordelijkheid als lid van het bestuur miskend en wel in die mate dat het gemeenschappelijk orgaan kon spreken van een vertrouwensbreuk. Het ontslag van het bestuur dient te worden gezien als het sluitstuk van een over lange tijd voortdurend proces, waarin het gemeenschappelijk orgaan uiteindelijk mocht concluderen, dat het bestuur afbreuk heeft gedaan aan zijn taakopvatting en dat er sprake is van een ernstige vertrouwensbreuk tegenover het gemeenschappelijk orgaan als toezichthouder. Het thans bestreden besluit van 23 juli 2009, voor zover het betrekking heeft op het ontslag van het bestuur, en daarmee de ontslagen van de individuele leden van het bestuur kunnen de terughoudende toets van de rechter doorstaan. Vervolgens heeft het gemeenschappelijk orgaan kunnen concluderen dat er sprake is van een ernstige taakverwaarlozing door het bestuur en beslissen zelf voorlopig te voorzien in het bestuur. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan het besluit van 23 juli 2009 de rechterlijke toets doorstaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl