Rb. Roermond 23 september 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BF4001
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de verklaring van de bedrijfsarts van 7 juni 2007, hoe kort deze ook is, wel aan het vereiste dat daaruit de medische situatie en vooruitzichten blijken. In die verklaring worden immers medische diagnoses omschreven en wordt aangegeven welke gevolgen deze hebben. Voorts geeft de bedrijfsarts, weliswaar zonder nadere toelichting, een stellige (negatieve) prognose. Om daarbij gegevens omtrent medisch specialistische onderzoeken of behandelingen te betrekken, kon bezwaarlijk van de bedrijfsarts worden gevergd, nu van onderzoeken of behandelingen door een medisch specialist op dat moment geen sprake was. De verklaring van de bedrijfsarts voldoet derhalve aan de daarvoor ingevolge artikel 66, derde lid, van de Wet WIA geldende eisen. Geconcludeerd moet dan ook worden dat verweerder ten onrechte heeft besloten de aanvraag buiten behandeling te laten. Voor zover het besluit op bezwaar, zoals in het verweerschrift is betoogd, aldus moet worden opgevat dat daarin, subsidiair, een afwijzing van de aanvraag op materiële gronden is neergelegd, is de rechtbank daaromtrent van oordeel dat het onderzoek waarop die afwijzing berust, ontoereikend is. De verzekeringarts en de bezwaarverzekeringsarts, die zoals geschetst onder 2.5. de aanvraag hebben beoordeeld, hebben zulks uitsluitend gedaan op basis van de verklaring van de bedrijfsarts en de nadien daaraan toegevoegde beperkte inlichtingen van de huisarts. Dat die gegevens summier zijn, rechtvaardigt niet dat van verder onderzoek is afgezien en dat eiseres zelfs niet is opgeroepen voor verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl