Rb. Roermond 9 april 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BF0741
Door eiser is gesteld dat de deskundigen in strijd met artikel 7:464 van het Burgerlijk Wetboek (maakt deel uit van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, verder: WGBO) hebben gehandeld, doordat zij eiser niet in de gelegenheid hebben gesteld mee te delen of hij als eerste kennis van de uitslag en de gevolgtrekking wenst te nemen teneinde te kunnen beslissen of daarvan mededeling aan anderen wordt gedaan. De rechtbank overweegt dienaangaande dat de WGBO (artikel 7:464 van het Burgerlijk Wetboek) een blokkeringsrecht toekent aan een betrokkene die in opdracht van een ander aan een medisch onderzoek wordt onderworpen in verband met aanspraken of verplichtingen, de toelating tot een verzekering of voorziening, of de beoordeling van de geschiktheid voor een opleiding, een arbeidsverhouding of de uitvoering van bepaalde werkzaamheden. Daargelaten of verweerder aan een eventuele schending van de WGBO door de geneeskundige behandelaars consequenties zou moeten verbinden, is de rechtbank van oordeel dat de aard van de rechtsbetrekking zich verzet tegen toepassing van het blokkeringsrecht. Immers, toepassing van het blokkeringsrecht in een geval als het onderhavige, waar het geen beoogde, maar een bestaande relatie betreft en waar de wettelijke regeling impliceert dat verweerder kennis moet kunnen nemen van een medisch onderzoek, zou er toe kunnen leiden dat eiser ondanks ongeschiktheid onverminderd motorvoertuigen zou kunnen blijven besturen, terwijl de WVW er juist toe strekt de verkeersveiligheid te beschermen.
De uitspraak op rechtspraak.nl