Rb. Roermond 23 januari 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BC3154
In conventie is de vraag aan de orde of eiser in conventie door verjaring eigenaar is geworden van een strook grond, die blijkens het kadaster toebehoort aan de gemeente Weert. In reconventie heeft de gemeente Weert, voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat eisers in conventie door verjaring eigenaar is geworden, een vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking ingesteld. Zij beroept zich daarbij op art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en de uitspraak van de Kamer van het EHRM van 15 november 2005 in de zaak J.A. Pye (Oxford) Ltd. / The United Kingdom. De rechtbank komt in conventie tot het oordeel, dat er sprake is van eigendomsverwerving door verkrijgende verjaring. In reconventie overweegt de rechtbank, dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat een verrijking die het gevolg is van het verstrijken van een verjaringstermijn, niet ongerechtvaardigd is. Nu een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking niet kan slagen en de wet ook overigens niet voorziet in een bepaling op grond waarvan de gemeente Weert recht zou hebben op een vergoeding, moet geconcludeerd worden dat het Nederlandse recht geen mogelijkheden biedt voor het toekennen van een vergoeding bij eigendomsverkrijging door verjaring. Verder overweegt de rechtbank, dat de gemeente Weert als overheidsorgaan niet art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM kan inroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 73 Overgangswet NBW
- Artikel 95 Overgangswet NBW
- Artikel 6:212 BW6
- Artikel 3:23 BW3
- Artikel 3:84 BW3
- Artikel 3:99 BW3
- Artikel 3:105 BW3
- Artikel 3:113 BW3
- Artikel 3:114 BW3
- Artikel 3:117 BW3
- Artikel 1 EVRM
- Artikel 34 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden