Rb. Roermond 21 december 2007, ECLI:NL:RBROE:2007:BC1651
Ten aanzien van het zich toegang verschaffen tot het erf via de dichte, maar niet afgesloten poort, overweegt de politierechter dat verbalisanten – door de minister van Justitie aangewezen als buitengewone opsporingsambtenaren – ingevolge artikel 115, eerste lid, van de Gezondheidsheid- en welzijnswet voor dieren juncto het bepaalde in artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd waren elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. Dat de gezondheidstoestand van de honden bij een eerdere controle naar behoren zou zijn, zoals verdachte stelt, wat daar ook van zij, kan niet leiden tot de conclusie dat er geen vermoeden was van enig strafbaar feit, gezien het aantal meldingen, de gebleken psychische gezondheidssituatie van verdachte en het ten gevolge daarvan eerdere handelen in strijd met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren door verdachte. Gelet hierop waren de verbalisanten naar het oordeel van de politierechter in de onderhavige situatie bevoegd het erf van verdachte te betreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl