Rb. Roermond 29 januari 2007, ECLI:NL:RBROE:2007:BA0956

Promis II-vonnis: Voorbereidingshandelingen ex artikel 10a Opiumwet, productie van XTC. Verdachte heeft onder een valse naam in België chemicaliën besteld ten behoeve van de productie van XTC en 8 maal chemicaliën vanuit België naar Nederland getransporteerd. De artikelen 40 en 41 van het verdrag van Schengen, zoals door de verdediging gesteld, zijn niet overtreden, de observatie was rechtmatig. Het achteraf niet op schrift stellen van de wel verleende toestemming tot observatie is niet een zodanig vormverzuim dat dit moet leiden tot bewijsuitsluiting. Het ontbreken van een bevel tot stelselmatig observeren en waarnemen ex artikel 126g Sv treft niet deze verdachte, zodat dit verweer niet opgaat. De chemicaliën zijn niet getest. De rechtbank gaat ervan uit dat de geleverde goederen ook de bestelde goederen zijn, gelet op het ontbreken van klachten na de diverse leveringen.Ook dit verweer is dus verworpen Voorts is een economisch delict gepleegd want van het in de handel brengen van drugsprecursoren door bestelling in België van chemicaliën en transport naar Nederland is geen melding gemaakt. Verdachte was marktdeelnemer in de zin van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en de EG-verordening nr. 273/2004.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen