Rb. Roermond 9 augustus 2006, ECLI:NL:RBROE:2006:AY5755
De doorzoeking van een woning, gelegen op adres 1, wordt onrechtmatig geoordeeld: de door de verdachte gegeven toestemming tot betreding van de woning is niet ook een toestemming tot doorzoeking van die woning. Voorts wordt een afgegeven machtiging tot aanhouding van verdachte niet gezien als tevens een machtiging tot doorzoeking van de woning van verdachte. Volgt een uitsluiting van het bij de doorzoeking op adres 1 verkregen bewijs. Het proces-verbaal is op onderdelen onduidelijk. Door deze onduidelijkheid valt niet uit te sluiten dat een doorzoeking op adres 2 het gevolg is van de resultaten uit de onrechtmatig geoordeelde doorzoeking op adres 1. De onduidelijkheid van het proces-verbaal wordt in het voordeel van de verdachte uitgelegd. Dat brengt mee dat ook de doorzoeking op adres 2 als onrechtmatig geoordeeld wordt. Volgt een uitsluing van ook het op adres 2 gevonden bewijs. Deze bewijsuitsluiting leidt tot een vrijspraak van verdachte ter zake van het onder 2, 3 en 4 telastegelegde.
De uitspraak op rechtspraak.nl