Rb. Roermond 25 november 2004, ECLI:NL:RBROE:2004:AR7240

Vervoer van consumptie-eieren in tijden van Vogelpest (2003). De raadsman heeft aangevoerd dat uit de in het dossier voorhanden gedingstukken en de ter terechtzitting door hem overgelegde stukken blijkt dat de opdracht tot het vervoer van de betreffende partijen consumptie-eieren afkomstig was van de Deense vennootschap [naam] en dat het daadwerkelijke transport verricht is door [naam transportbedrijf]. De raadsman stelt dat verdachte dus niet heeft vervoerd of heeft laten vervoeren. Dit verweer wordt verwopren op grond van de inhoud van afgelegde verklaringen ter zake. Voorts vermeldt de CMR bij een van de vrachten ondubbelzinnig de verdachte als afzender. Dat het Deense bedrijf de transportkosten in rekening brengt bij het transportbedrijf doet daar niet aan af: het transport was non-franco gedaan, dus zonder betaling dood de feitelijke afzender. Verder duiden overgelegde "order confirmations" op doorlevering van de betreffende partijen aan derden. Toestemming van LNV voor vervoer van compartiment E naar D: De economische politierechter overweegt hierover dat van een professioneel bedrijf als dat van verdachte, die vervoerseenheden heeft waaraan, in dit geval, een voor compartiment E geldend kenteken is afgegeven, geacht moet worden, dat het zich terdege op de hoogte stelt van de voor hem relevante compartimentering en van de regels waaraan hij gebonden is. Die informatie was ruimschoots voorhanden. Niet volstaan kan worden met een telefoontje per vracht. Overigens acht de economische politierechter het niet geloofwaardig dat, als er al telefonisch navraag is gedaan bij LNV over het betreffend transport, (en overigens ook ten aanzien van andere transporten in die periode) verdachte (keer op keer) te horen zou hebben gekregen dat het transport geoorloofd zou zijn. Immers, de regeling als hier aan de orde, gold in elk geval al vanaf 11 april 2003.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen