Rb. Roermond 12 november 2001, ECLI:NL:RBROE:2001:AD8228

Uitleg Hof van Justiite in kader prejudiciële vragen over art. 71, lid 1, sub a EEG-Verordening 1408/71 met betrekking tot begrip gedeeltelijk respectievelijk volledig werkloos. In het arrest van 15 maart 2001 (in de zaak C-444/98) heeft het Hof het volgende voor recht verklaard: 1) Of een grensarbeider in loondienst gedeeltelijk dan wel volledig werkloos is in de zin van artikel 71, lid 1, sub a, van de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EEG) nr. 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983, moet op grond van eenvormige communautaire criteria worden beoordeeld. Aan die beoordeling mogen geen nationaalrechtelijke criteria ten grondslag worden gelegd. 2) Een werknemer die in een andere lidstaat dan waar hij woont, bij dezelfde onderneming blijft werken, zij het in deeltijd, en beschikbaar is om voltijdwerkzaamheden te aanvaarden, is gedeeltelijk werkloos; de uitkering dient in dit geval door het bevoegde orgaan van die staat te worden verleend. Indien de grensarbeider daarentegen geen enkele band met die staat meer heeft en volledig werkloos is, dient de uitkering door en voor rekening van het orgaan van de woonplaats te worden verleend. De nationale rechter dient op basis van deze criteria in de bij hem aangebrachte zaak uit te maken, onder welke categorie de werknemer valt. Rechtbank: Met verweerder moet worden geconcludeerd dat eiser niet is aan te merken als een volledig werkloze grensarbeider in de zin van genoemd artikel, aangezien er in eisers geval per de in geding zijnde datum geen sprake is van het verbreken van alle banden met de lidstaat waarin hij werkzaam was en is gebleven. Beroep ongegrond. Het Lisv, verweerder. mrs. F.J.C. Huijbers, W.M. Callemeijn, J.J.A Kooijman

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen