Rb. Roermond 12 juli 2001, ECLI:NL:RBROE:2001:AD3779

Wil er in redelijkheid sprake zijn van toepassing art. 88f WAO (splitsing bezwaarschrift ten aanzien van medische gegevens), dient er daadwerkelijk iets te splitsen te zijn. Herziening WAO-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 65-80%. Op verzoek van eisers gemachtigde is uitstel gevraagd voor het indienen van de gronden van bezwaar. Verweerder heeft uitstel verleend onder de overweging dat de gronden van het bezwaar uiterlijk op 3 januari 2001 in verweerders bezit moesten zijn en dat de gronden welke betrekking hebben op de medische gegevens op een aparte bijlage vermeld dienden te worden. De gronden van bezwaar zijn op 29 december 2000 aan verweerder kenbaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Gemachtigde van eiser heeft daartegen ingebracht dat nu enkel en alleen de medische bezwaren zijn ingebracht, het bezwaarschrift niet gesplitst kan worden. De rechtbank stelt voorop dat, wil er in redelijkheid sprake kunnen zijn van toepasselijkheid van art. 88f WAO, er ook daadwerkelijk iets te splitsen dient te zijn. Met eisers gemachtigde is de rechtbank van oordeel dat dit in casu niet het geval is. Het bezwaarschrift behelst uitsluitend medische bezwaren. Daar waar in het bezwaarschrift functies worden genoemd of in beeld komen, ligt daaraan uitsluitend een medisch bezwaar ten grondslag, in die zin dat eiser zich niet kan verenigen met de door de verzekeringsgeneeskundige vastgestelde belastbaarheid. Reeds hierom ontbeert het besluit een deugdelijke grondslag, nu immers in dat geval van enig verzuim en dientengevolge van toepasselijkheid van art. 6:6 Awb geen sprake is. Zo er evenwel al geoordeeld zou moeten worden dat ook arbeidskundige bezwaren zijn aangevoerd, komt de rechtbank eveneens tot het oordeel dat ten onrechte toepassing is gegeven aan art. 6:6 Awb, aangezien in dat geval door verweerder verzuimd is eiser een mogelijkheid tot herstel van het gewraakte verzuim te bieden. Naar dezerzijds oordeel kan de brief van 1 december 2000 niet als zodanig worden aangemerkt. De gronden van het bezwaar zijn immers eerst bij brief van 29 december 2000 bij verweerder ingediend. Pas bij ontvangst van die gronden kan worden vastgesteld dat er geen scheiding is aangebracht, waarna alsdan een mogelijkheid geboden dient te worden om dit geconstateerde verzuim te herstellen. De rechtbank vindt steun voor die opvatting in de toelichting bij art. 6 van verweerders Regelgeving Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 1998 (Besluit van het Lisv van 14 1- 1998, Stcrt 1998,8), waar terzake is opgenomen: "Als de indiener van een bezwaarschrift zich laat bijstaan door een professionele rechtshulpverlener zal de uitvoeringsinstelling de indiener altijd in de gelegenheid stellen om de gronden van het bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens alsnog op een aparte bijlage te vermelden.". Ook op grond van het vorenstaande kan het bestreden besluit mitsdien geen stand houden wegens ontoereikende juridische grondslag. Lisv, verweerder. L.M.J.A. Dassen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen